Djembe-workshop

djembe-workshop

feestelijke djembé-workshop ook voor jou!

Samen djembé-spelen geeft veel plezier en saamhorigheid!

Kom een uurtje trommelen, met handen of stokken op onze Afrikaanse drums. Geniet van de energie die het trommelspelen je geeft! Onze gepassioneerde docent neemt je mee in de fascinerende wereld van de West-Afrikaanse percussie.

In de djembé-workshop ga je zelf leren spelen op deze bekendste handtrommel uit Afrika. De djembé is een zeer toegankelijke trommel, die al snel plezier geeft; zeker in groepsverband. Al na een goed uur, speel je met elkaar een super swingende finale!

Hoe werkt een djembé-workshop?

Bij binnenkomst staan alle djembé al voor je klaar! Ieder kiest een plekje in de uitnodigende kring. Na een introductie in basis slagtechniek leer je aan de hand van wat ritmische oefeningen stap voor stap een eenvoudig ritme te spelen. Als het ritme loopt, leren we ook ook snel enkele variaties.

We verdelen de groep ook in subgroepjes en experimenteren met individuele expressie en communicatie op de trommel! Al trommelend groeit je groep naar een energie-rijk samen spelen. Wat uitmondt in één grote swingende muzikale finale! In het samen trommelen ontmoet je elkaar eens op een heel andere manier, in een vrolijke, intense ervaring.

Duur van de workshop: één tot anderhalf uur (naar keuze)

Voor wie?

Djembé spelen (voor iedereen van 8 tot 88 jaar) is bij uitstek geschikt voor familie- en vriendengroepen, clubs en werkteams. Ook bij verjaardagen en jubilea doet een djembé-workshop het altijd goed. En bij bedrijfsuitjes, -trainingen of opleidingsdagen is een djembé-workshop vaak een zeer geschikte energizer.

Locatie

In onze thuisregio het Groene Hart, beschikken wij over diverse eigen locaties voor je swingende djembé-workshop in Gouda en Woerden. Wil je liever dat we naar jouw eigen of horeca-locatie toekomen, kan dat natuurlijk ook! Geef dat even in je offerte-aanvraag aan. Dan komen wij met onze bus vol prachtige houten instrumenten naar je toe!

Doe mee en geniet van de energie, die het samen djembé-spelen je geeft! En als je denkt geen ritmegevoel te hebben… zul je verrast zijn!

Vraag hier je persoonlijke offerte aan!

djembé spelen

djembé spelen

Waarom is een djembé-workshop zo leuk en leerzaam?

djembefola Rob de Keizer vertelt!

Geschiedenis van de djembé

De geschiedenis van de Djembé-trommel gaat terug tot het oude West-Afrika. Het is een basistrommel van de Manden-volken, die hoofdzakelijk leefden in de huidige landen Mali, Senegal, Guinee, Gambia en Ivoorkust Het is niet bekend wanneer dit slaginstrument precies voor het eerst verscheen. Wel is bekend, dat de Djembé al bestond in de 13e eeuw, toen het grote koninkrijk “Mali” werd gevormd.

oeroude djembe

Het aansprekende houten instrument heeft de vorm van een uitgeholde beker. Het is bedekt met een geschoren dierenhuid (meestal geit, soms kalf), dat op spanning wordt gebracht met speciaal touw en ijzeren ringen. De Djembé behoort tot de grote familie van membraan-instrumenten. De djembé wordt vanwege zijn vorm en eenzijdige bedekking ook wel een “enkelwandige bekertrommel” genoemd.

Etymologie en sociale context

Het woord djembé bestaat taalkundig uit twee delen”: ‘dje’, wat bij de oorspronkelijke Bamana-mensen in Mali ‘ontmoeten’ betekent. En “be”, wat ‘overeenkomst’ voor ze betekent. Vandaar de betekenis van de naam. Het is een instrument dat alle mensen samenbrengt en verenigt.
De Bamana zeggen ook: ‘Anke dje, anke be’. Wat betekent: ‘laten we samenkomen om een ??wederzijds begrip te krijgen’. In bredere zin verwijst de naam djembé ook naar bijeenkomsten voor bruiloften, begrafenissen, geboorten en vele andere gelegenheden, waarbij mensen samenkomen om een gemeenschappelijke basis en begrip te ontplooien. Dit zijn de klassieke sociale bijeenkomsten waar Djembé-muziek, dans en zang bijna altijd aanwezig zijn in West-Afrika.

Er wordt aangenomen dat de uitvinding van de vorm voor de djembé is ontwikkeld op basis van een (van gestampte mortel gemaakte) vijzel, die ook nu nog steeds in heel Afrika wordt gebruikt voor de bereiding van veel gerechten.
Bij de ontwikkeling van de djembé is de kaste van de Numun erg belangrijk geweest. De Numun zijn de smeden van het dorp. Zij waren in staat om de nodige ijzeren gereedschappen te produceren, die nodig zijn voor het bouwen van de djembé. Ze doen dat vandaag-de-dag nog steeds! Veel van de kennis van de Numun, die niet alleen ijzer smeden en vormden, werd eerder zelfs gezien als geheime kennis. Dit vanwege het als magisch beschouwde vuur, dat essentieel is bij de diverse smeedprocessen.

Als eerbetoon is er een gelijknamig ritme naar de smeden genoemd. In het ritme ‘Numun’ dansen de mannen van het dorp met ijzeren bijlen en schoffels. In het Hamana-gebied kun je (bijvoorbeeld in Sangbarala, het geboortedorp van mijn grote leermeester Famoudou Konaté), de dans nog regelmatig opgevoerd zien worden. Met een beetje geluk, zie je dan ook de oude dorpssmid meedoen in zijn traditionele kledij.
Voor veel instrumenten in West-Afrika geldt, dat er speciale families zijn waarbinnen het bespelen van deze instrumenten van generatie op generatie wordt door gegeven. Dit geldt ondermeer voor balafola, kora-spelers, ngoni of zangers. Zij behoren meestal tot de kasten van de families Kouyaté, Diabaté en Cissoko. Er zijn echter geen traditionele drumfamilies met pure overerving. Men wordt dus niet als djembefola geboren; men wordt er één!

In die zin vormen de drummers een unieke beroepsgroep! Je wordt vaak gewoonweg opgeroepen om populaire festiviteiten te animeren. Daardoor kunnen leden van adellijke families zoals de Keïta, de Kanté, de Camara en de Condé tegenwoordig muzikanten zijn. Hun families waarderen dit niet altijd. Omdat ze het gevoel hebben, dat deze status niet verenigbaar is met hun edele geboorte!
Zelfs een gespecialiseerde muzikant wordt niet beschouwd als een lid van de elite. Virtuoos zijn is geen bron van prestige! Het beheersen van een muziekinstrument wordt gewoon gezien als een zoveelste specialisatie in handenarbeid.

Ritmes

West-Afrika is de bakermat van het ritme. De mensen leven er in hun dagelijks leven dicht bij de natuur. Ze zijn geworteld in de ritmische wereld. Door hun ritmische vaardigheden zijn ze in harmonie met ademhaling en beweging. Het is goed om te weten, dat alle traditionele West-Afrikaanse ritmes in het dagelijkse leven zijn ontstaan, met ritmisch werken en dansen als grondslag! Als je zelf djembé speelt, is het van belang om steeds zo te spelen, dat het voor mensen lekker voelt om er op te bewegen. Overigens is er in West-Afrikaanse muziek een grote diversiteit aan stijlen.

Het leren van ritmes

De ritmes komen voort uit een rijke orale traditie. De Afrikaanse manier om ritmes te leren is vooral auditief. Er komt geen schrift aan te pas. Traditioneel begint het leerlingwezen van de djembefola (professionele djembe-speler) al heel vroeg. Een natuurlijk getalenteerd kind wordt overgegeven aan een meester. Op basis van talent wordt bepaald, of iemand een drummer zal worden – of niet. Als een masterdrummer een talent herkent, kan hij besluiten diegene tot leerling te nemen. Vaak gaat de leerling dan bij de meester in huis, om daar het vak te leren. De leerling is respectvol en loyaal jegens de meester, die op zijn beurt de verantwoordelijkheid heeft hem te trainen. Volgens een populair gezegde, “wordt de leerling gemaakt naar het beeld van de meester”.

Het leren van het drumvak gebeurt bijna alleen tijdens openbare evenementen, “on the job”, zonder te repeteren! Vaak alleen door imitatie. De eerste stap is luisteren naar de djembé’s “stem” en observeren. Vervolgens speelt de leerling-muzikant de eerste eenvoudige ritmes op een doundoun (= een bas-trommel) of djembé, en leert de vele begeleidingspartijen en ritmes te beheersen. Sommige studenten komen nooit verder dan dit stadium, maar blijven goede begeleiders.

Zodra deze ‘begeleiders’fase is voltooid, kan de leerling de eerste ‘klassieke’ variaties van de meester geleidelijk beginnen na te bootsen. En verantwoordelijkheid krijgen om samen te werken met een groep andere begeleiders. Op dit punt organiseren de jongeren hun eigen buurtfestiviteiten, waarbij de leerlingen het geleerde in de praktijk brengen. Daarbij zorgen de meisjes van het dorp meestal voor de bijbehorende dansen. Pas nadat de djembefola verschillende fasen heeft doorlopen, zal hij zijn technieken verder verfijnen met meer persoonlijke variaties.

Het drumvak leert de student dus al doende in de praktijk. Afhankelijk van houding en gedrag van de leerling, zal de leraar hem kennis bijbrengen. Via een proces van natuurlijke selectie, wordt gaandeweg duidelijk wie uiteindelijk een rol als solist of masterdrummer krijgt.

De organisatie van ritmes

Alleen al over de juiste indeling van ritmes, zijn boeken vol te schrijven. Zo kan men de ritmes bijvoorbeeld indelen naar regio van herkomst, naar maatsoort, naar sociaal-cultureel evenement, etc. Wat het extra complex maakt, is dat van stam tot stam en van bevolkings-groep tot bevolkingsgroep de (nagenoeg) zelfde ritmes hele andere namen kunnen hebben. Zo heet bijvoorbeeld het ritme “Kebendo” in een andere regio “Sinté”. Hier volstaan wij met de onder West-Afrikaanse Percussie experts algemeen erkende indeling in drie grote ritme-families: de 4/4-ritmes (ritmes in een vierkwartsmaat), de 12/8e-ritmes en de doundounba-ritmes. De laatste groep is een specifieke groep ritmes in een 12/8e maat, maar met een heel duidelijk andere signatuur dan de “gewone” 12/8e ritmes.

Bouw van de djembé

De djembé wordt niet in massa geproduceerd. Elke djembé is handgemaakt en daarom uniek. De ambachtsman (‘smeden’genoemd) is een vormgever, gespecialiseerd in houtwerk. En in het vervaardigen van alledaagse voorwerpen, zoals vijzels, stoelen, enz. Zijn diverse gereedschappen, waaronder gutsen, koevoeten, machetes, etc. zorgen ervoor dat hij een ?goed instrument kan afleveren.
De toonhoogte van de djembé hangt af van de balans en harmonie van zijn vormen. De soort en dikte van het hout bepalen het gewicht. Bepaalde verhoudingen tussen de body en de voet van het instrument moeten worden gerespecteerd. De vakman kent deze verhoudingen uiteraard.

Djembe-trommels maken

Djembe’s en bougarabou’s opbouwen

De djembé wordt gemaakt van een enkel stuk boomstam, dat wordt uitgehold en bewerkt. De djembé bestaat uit een afgeplatte kegel “voet” waarvan de holte uitmondt in een grotere resonantiekamer of “body”. Het verbindingsdeel in het midden van de djembé wordt de “kraag” genoemd. Bovenop de body wordt een geschoren dierenhuid aangebracht. De houtsoorten voor de djembé worden gekozen op dichtheid, toon en taaiheid. Veel gebruikte houtsoorten zijn lenké, acajou, iroko, bois rouge en melina.

Toebehoren en decoratie

De djembefola plaatst twee of drie metalen platen aan de bovenkant van zijn drum. Dit zijn resonatoren die sekeseke, ksing ksing of simpelweg ‘oren’ worden genoemd. Meestal zijn ze gemaakt van vellen blik of plat geslagen voedselblikken. Tegenwoordig kunnen de profi’s ook oren van bijv. koper of messing laten maken. Er zijn ksing ksing in verschillende vormen en maten. Langs hun randen worden kleine gaten doorboord, die worden voorzien van dunne ijzeren ringen met een diameter van ongeveer 2 cm. De ksing ksing maken deel uit van de decoratie van de trommel. De resonatoren trillen mee wanneer op het instrument wordt geslagen. Ook worden ze soms tijdens het spelen direct met de hand geslagen. Het heldere metaalachtige gerinkel van de ringen kleurt het timbre en verfraait de “stem van de trommel”.

Ksing Ksing van Rob de Keizer, Natuurlijk Ritme

Ksing Ksing van Rob de Keizer, Natuurlijk Ritme

De voet van de djembé is vaak gedecoreerd met uitgesneden figuren. Of hij wordt versierd met slakkenhuisjes of nagels in geometrische patronen. Ook het rijgen van het koord draagt bij aan de versiering, dankzij de verschillende gebruikte kleuren touw. De bespanning laat dan meer of minder zien van het natuurlijk getinte hout, afhankelijk van de complexiteit van het rijgen. Elke muzikant personaliseert zo zijn eigen instrument volgens persoonlijke smaak.

Djembé-muziek en de diverse functies

Djembé-muziek staat in Afrika staat nooit los van de sociale context. De muziek wordt gespeeld bij belangrijke dorpsevenementen, zoals trouwerijen, geboortes, begrafenissen, inwijdingsrituelen en feesten. Maar ook als “arbeidsvitaminen” op het land. Samen met specifieke liederen en dansen, vormen ze altijd een onlosmakelijk geheel met het sociaal-culturele gebeuren in en om het dorp. Muziek, zang en dans zijn voor de Afrikanen één geheel. De ontwikkeling van de (soms extreem) complexe djembé-ritmes is vooral te danken aan de Malinké. De meeste mensen van dit volk wonen in Mali en Guinee. Ze zijn de nakomelingen van de mensen uit het oorspronkelijke koninkrijk Mali.

De muziek

Wat betreft de aard van de djembé-muziek, gaat het in de kern altijd om poly-ritmiek; meerdere ritmes door elkaar. Bijeengehouden door de clave (ook wel time-line of sleutelpatroon genoemd), grijpen de verschillende ritme-partijen in elkaar. Alle ritme-onderdelen kennen een cyclische herhalingsvorm, maar hebben een verschillende tijdlengte. Samen vormen ze één complex polyritmisch stuk. Overigens is de time-line daarin vaak expliciet hoorbaar, bijvoorbeeld in de vorm van een bel-patroon. Maar even zo vaak (bijvoorbeeld in ritmes uit Mali) ligt de clave er impliciet onder; deze wordt niet gespeeld, maar zit wel in het collectief innerlijk gehoor van de spelers!

De instrumenten

Binnen het ‘djembé-ensemble’ is de djembé uiteraard de bekendste trommel. Bij het spelen in Malinké-stijl, komen daar nog minimaal 2 extra djembé’s bij, maar met name ook drie doundoun-drums, genaamd: kenkeni, sangban en doundounba. Dit zijn cilindervormige trommels, met aan beide kanten een koeienvel. Op de langwerpige zijde van de drum wordt een ijzeren bel bevestigd. Zowel de drums als de bellen, zijn qua klank in toonhoogte verschillend. In het spel vormen de drie douns tezamen de bas-melodie. De kenkeni geldt als een begeleidingsinstrument en speelt een constant ritme. De doundounba en sangban zijn lager gestemd, waarbij de sangban wordt gezien als de motor, die wat betreft de melodie van het ritme de meest kenmerkende partij heeft.

Omdat bij het bespelen van de douns, de zwakke hand (op de bel) een ander patroon speelt dan de sterke hand op het koeienvel, genereren alleen de douns al 6 verschillende ritmes-patronen! Voeg hier aan toe de drie djembé’s, en je hebt 9 verschillende ritme-patronen die samen één (poly-)ritmisch stuk weven. De verschillende ritmepatronen vormen, in combinatie met de verschillende toonhoogtes van de drums en bellen een sterk ritmische melodie.

Variaties en improvisaties

Veel Westerlingen denken dat West-Afrikaanse percussie puur geïmproviseerde muziek is. Het tegendeel is waar! Vanwege de toch al sterk complexe poly-ritmiek, staan in een stuk de (zeg) 9 traditionele patronen van een ritme vast. Daarbinnen bestaan standaard variaties voor de doun-drums. Vaak in verband met een link naar bijbehorende danspasjes. Ook bestaan er per ritme een aantal traditionele variaties voor de solo-djembé, in drummersjargon “solo-frases” genoemd.

Een bijzondere variatie-figuur is het échauffement (van het Franse werkwoord chauffer). Het échauffement is een tijdelijke verhitting, verdichting en soms versnelling van het ritme, waardoor de danser(s) kunnen toewerken naar een climax. Het échauffement wordt ingezet door de solo-djembé, en -in de meeste gevallen- gevolgd door één of meer doundoun-drums. Na een zgn. ‘landing’, komen de chaufferende partijen weer terug in hun normale patroon. Als bij een percussie-optreden geen dansers meedoen, leidt het échauffement doorgaans naar een middenbreak of einde van het stuk.

Naast dit traditionele kader is er, zeker voor de solo-djembé, uiteraard ook ruimte voor vrije solo’s! Op een (ver)gevorderd niveau is het, bij het spelen van een vrije djembé-solo, wel van belang, dat de solist begrijpt wat het ‘idioom’ is van het ritme, dat wordt gespeeld. Voor Westerlingen is dit één van de plekken in het werken met ritmes, waar het verband met taal duidelijk wordt.

Modernisering

Met het ontstaan van de eerste nationale Afrikaanse Staatsballetten begon midden jaren ’50 modernisering van West-Afrikaanse muziek en dans. De samenstelling van deze balletten met dansers en muzikanten uit verschillende bevolkingsgroepen zorgde ervoor, dat op culturele (dorps)dansen choreografieën werden gemaakt. Met bijpassende percussiemuziek. Ook de context waarin de muziek en dans werden bedreven veranderde: van folkloristische dorpskunst naar podiumkunst. De djembé-spelers en andere trommelaars die later naar Europa kwamen, hadden allemaal bij de balletten in de stad gewerkt. Of stonden er mee in contact. Sommige van hen hadden aanvankelijk een traditionele achtergrond. Anderen waren speciaal opgeleid als ballet-drummer.

Moderne djembé-groepen of djembefola zijn zo aanpassingen gaan aanbrengen in het traditionele repertoire. Sommige creëren zelfs compleet nieuwe ritmes. De muzikanten testen nieuwe melodieën, improvisaties en klanken. En ontwikkelen modernere structuren.

Vanwege het toenemend besef, dat we te maken hebben met cultureel erfgoed, is er de laatste 10 jaar weer veel meer aandacht gekomen voor het beheren en overdragen van de traditionele ritmes en solo-variaties. In Nederland zijn hier vooral Ponda O’Bryan en de Vereniging Djembé-Onderwijs Nederland voorvechters van. Het initiatief is omarmd door de Afrikaanse grootmeesters, die inmiddels allemaal 60+ of ouder zijn (Famoudou is al 80!). Op hun beurt worden de oude meesters door de VDON ondersteund voor de oude dag, via een speciaal fonds.

Djembé-muziek in Nederland

Eind jaren ’70 van kwamen de eerste djembé-groepen naar Nederland. Ik herinner mij bijvoorbeeld de groep Africa Djolé, die geformeerd was rondom de gebroeders Fodé. In 1981 werd de leraar bij wie ik zelf het langste les heb gehad -Ponda O’Bryan- door Fodé Youla gevraagd, om in deze band te komen spelen. De ritmes op hun bekende LP “LIVE – the Concert in Berlin” uit 1978 blijven fantastisch om naar te luisteren! Eén van de ritmes ‘Kakilambe’ speel ik tot op de dag van vandaag. Onlangs heb ik dit traditionele met drie andere muziek-docenten doorontwikkeld tot een versie met drums, bas, gitaar, djembé, mondharmonica en zang. De twee traditionele liederen die er in zitten blijven tijdloos mooi!

Rond 1983 kwamen de eerste djembé-leraren in Nederland. Onder andere de gebroeders Camara en de familie Touré. Ook Ponda O’Bryan en Alain Anglionin startten toen met lesgeven. Ik zelf volgde in die tijd mijn eerste jaarcursussen bij Alain Anglionin in Leiden. Wereldwijd zijn er zo’n 5 algemeen erkende djembé-grootmeesters: Famoudou Konaté (Guinée), Mamady Keita (Guinée) , Fadouba Oulare (Guinée, rip), Sega Sidibé (Mali, rip) en Adama Dramé (Burkina Faso). Daarnaast zijn er nog andere excellente spelers, waaronder Arafan Touré (rip), Soungalo Coulibaly (Mali, rip), Mansia Camio en Mbemba Bangoura.

In 1992 kwam Famoudou Konaté voor het eerst naar Nederland. Nadat Ponda bij hem in de leer was gegaan, om vooral de traditionele Malinké-ritmes nog beter te leren kennen, volgde ik zelf met enige regelmaat workshops bij Famoudou en was ik lange tijd student vergevorderde Malinké-ritmes bij Ponda O’Bryan. Vanaf 1995 ben ik serieus djembé-muziek gaan maken. Sinds 1997 als primus interparis bij Afrikaanse Percussiegroep ‘Opgetrommeld’, en sinds 2002 als bandleider van deze groep.

copyright Rob de Keizer, Natuurlijk Ritme jan. 2020

-.-.-

Bronnen
Gavin Grosvenor – www.dembe-art.de
Franc Müller – Djembé Spelen (2003)
Paul Nas – 101 West Afrikaanse ritmes (2003)
Ponda O’Bryan – West-Afrikaanse Percussie (1999)
Serge Blanc – The Djembe (1997)
Famoudou Konaté & Thomas Ott – Rhythms and Songs from Guinea (1997)

Deel dit: